Mirta-Demare-Marie-Louise-Elshoutgoed20Marie Louise Elshout (Delft, 1967) 

De duistere doeken van Marie Louise Elshout weerspiegelen haar verlangen naar de negentiende-eeuwse Romantiek waarin het waarachtige centraal staat.

De wereld die zij optrekt wordt bevolkt door melancholische wezens die zich lijken te laden met de kracht van de Natuur, dwalend in een eigen wereld met hun eigen geheimen en rituelen.

Door haar verfijnde techniek waarin ze potlood met olieverf vermengt ogen de figuren fragiel, als vage schimmen uit het verleden.

Haar werken zijn een zoektocht naar de verbeelding van schoonheid waarin techniek en intuïtie nauw samen gaan, vanuit de intuïtie is er ruimte voor dwalingen, manifestaties op het doek, in het haar, de kleding.

Elshout weet het esthetische te mengen met gevoelens van claustrofobie en onderhuidse dreiging, uitgedrukt in nauwgezet geschilderde kunstwerken.

WOODLANDS 2015-heden.

Marie Louise Elshout is gefascineerd door de duistere kant van de mens, vervreemding, rituelen en bijgeloof binnen sektarische gemeenschappen: een belangrijke inspiratiebron voor haar is de oorlogsroman ‘The Painted Bird’ van Jerzy Kosinski. Om deze gekte in de mens te belichten situeert ze haar schilderijen in een eigen wereld waarin alles mogelijk is. De mysterieuze wezens in het werk duiden op haar fascinatie voor het bovennatuurlijke en het ongrijpbare, maar belichamen tevens de ambivalente houding en machtsverhouding tussen mens en dier. Door haar schildertechniek lijken de figuren fragiel, als schimmen uit een verleden, die een natuurkracht lijken te herbergen. Elshout versterkt dit bevreemdende effect door veel achtergrond open te laten. De zo ontstane ‘stilte’ in het beeld geeft de toeschouwer ruimte voor interpretatie

LEVENSFRIES Museum Gouda, 2014-2015,

In 2014 kreeg NOCTURNE kunstenaarscollectief de opdracht van Museum Gouda een site specific tentoonstelling te realiseren, in de haar toegewezen zaal vervaardigde Elshout een Levensfries. Dit werk was gebaseerd op het doek ‘Doodsbed van een kind’ van de 17e eeuwse schilder Bartholomeus van der Helst, een topstuk uit de bestaande collectie van Museum Gouda. Het Levensfries, een allegorie van verdriet, toont het fictieve verhaal van een vrouw die haar kindje verliest, we volgen haar vanaf de geboorte tot aan haar dood.

Het werk van het dode kindje, DEAD CHILD, is door Museum Gouda aangekocht voor de vaste collectie. Voor de gasthuiskapel vervaardigde zij 13 kleine Maria’s die fungeren als metafoor om haar perceptie van het geloof uit te drukken.

GHOST DANCE, 2013

Een serie doeken die gebaseerd zijn op de 19e Eeuwse Amerikaanse Circus Side Shows, de zogenaamde ‘Freakshows’ waar dat wat afwijkt geïsoleerd en tentoongesteld werd.
De titel refereert aan een eeuwenoud spiritueel ritueel bij Indiaanse stammen in de VS.
Voor veel “Native Americans” was deelname aan de Ghost Dance een vorm van verzet tegen de blanke overheerser, het was tevens een manier om collectief leed te delen en om te gaan met moeilijke tijden van snelle en traumatische veranderingen.
De titel Ghost Dance staat voor gedeeld leed maar refereert ook aan geestverschijningen en een vorm van spektakel.

Ik wil met mijn Freakshow een eerbetoon brengen aan alle mensen die door de eeuwen heen gedemoniseerd zijn door de maatschappij omdat ze niet volgens de heersende normen en waarden leefden, of het ‘juiste’ uiterlijk hadden.

Marie Louise Elshout studeerde in 1994 af aan de Willem de Kooning Academie in de studierichting grafiek. In 1998 wilde ze meer verdieping in haar werk en ging ze een opleiding aan het Piet Zwart Institute in Rotterdam volgen. Deze studie rondde ze echter niet af. “Ik ontving een stipendium en kreeg te horen dat ik daarbij niet mocht studeren. Er stonden tevens al meerdere exposities gepland, dus besloot ik het bij een jaar te laten. Ik heb wel een beetje spijt. Mijn Master had ik graag gehaald.”

Marie Louise twee carrières in de kunst gehad. Ze begon na haar afstuderen met fotografie en video. Daarin was ze redelijk succesvol, ze verkocht goed o.a. aan de Caldic Collectie en ontving meerdere subsidies en stipendia.“Terwijl video in die tijd nog niet eens werd gezien als beeldende kunst.” Qua fotografie werkte ze met polaroid. Ze maakte voornamelijk zelfportretten. Recent zijn deze foto’s nog te zien geweest in een installatie bij PAK, Platform voor Actuele Kunsten, in België.

Ze kreeg echter steeds meer behoefte om terug te keren naar wat ze noemt ‘het tastbare in de kunst, het fysieke en het ambacht’. “Mijn video- en fotowerk ging vaak over schilderkunst en was meestal gestoeld op de Romantiek. In 2006 vond ik het noodzakelijk om de kwast ter hand te nemen. Ik heb een switch gemaakt, tegen ieders advies in. Ten eerste was schilderen in 2006 totaal not done, ouderwets, en ten tweede kon ik goed leven van mijn video- en fotowerk.”

Twee thema’s springen naar voren in haar schilderwerk: de 19e eeuwse Romantiek met voorbeelden als Caspar David Friedrich en William Blake en de bijna fotografische landschappen, in sepia tinten. Dat laatste blijkt nauw samen te hangen met een verblijf in Amerika in haar afstudeerjaar van de Willem de Kooning Academie. Nadat ze in het kader van een uitwisseling enige tijd op het MICA, het Maryland Institute College of Art, verbleef, ging ze rondtoeren. Het prachtige landschap fascineerde haar enorm. “Dit heeft mijn kijk op de USA enorm veranderd en een duidelijke fascinatie opgewekt.” Jaren later ontdekte ze via een online bibliotheek 19 e eeuwse fotografie van het Amerikaanse landschap. Bijna alle landschappen die ze schildert zijn gebaseerd op deze foto’s. In het verlengde van Kiefer en Armando spreekt ze van een ‘schuldig landschap aangezien het een landschap is met een heftige geschiedenis waarbij de pioniers rücksichtslos hun stukje land hadden veroverd.

“De eerste sektarische gemeenschappen daar, zoals bijvoorbeeld de Amish, zijn inspirerend omdat er binnen die kleine gemeenschappen ruimte is voor bijgeloof, taboes en vreemde rituelen. Die vorm van ‘gekte’ in de mens fascineert mij zeer.”

Juist daarom situeert ze haar schilderijen in de 19e eeuw. “Hiermee kan ik mijn eigen wereld creëren waarin alles mogelijk is”.

Een grote inspiratiebron is ook de roman The Painted Bird van Jerzy Kosinski. “Een prachtig statement over oorlog, en ook weer het sektarische aspekt. The Painted Bird staat letterlijk voor het kapot maken van datgene wat afwijkt. In mijn werk wil ik de vinger leggen op de wrede aspecten van de mens die vaak alleen uit zelfbehoud en eigenbelang lijkt te handelen en maar niet kan stoppen met oorlogvoeren.”

Marie Louise schildert ook vaak meisjes met extreem lange haren, meestal van de achterkant vastgelegd. Ze noemt het ‘de Mädchen-serie. De eerste ontstond in 2009.

Daarna volgden er meer. Het haar van het meisje is altijd gekruld, en als je goed naar het haar kijkt, zie je onderliggende figuren, soms enigszins onheilspellend. Er zit een bepaalde stilte, solitude in de schilderijen. Marie Louise: “Ik zoek die stilte. Ik zie het als een sculptuur. In dat gekrulde haar is zó veel te zien. Mädchen #12 uit 2013 is bijna landschappelijk.”

Het meisje kan gezien worden als haar alter ego en tegelijkertijd een archetype. “Deze meisjes zijn de basis geweest van mijn verdere ontwikkeling. Het eerste meisje was een aha-erlebnis voor mij. “Ik had mijn setting en toon te pakken, samen met de kleur en de techniek. Het haar fungeert als projectiescherm. Het bevat een grilligheid die iets verbergt. Er komt iets te voorschijn, ik stuur ergens naartoe maar soms is het voor mezelf ook een verrassing wat dat zal worden.”

In haar werk gebruikte ze voorheen veel natuurlijke materialen zoals aarde, bladeren, zand, dennennaalden. Ze zette het op het canvas vast met conserverende lijm. Ook haar eigen schaamhaar werd gebruikt in het werk Der Hase,  “Dat deed ik niet om te shockeren, maar kwam voort uit het materiaal onderzoek binnen mijn werk, ik wilde ook iets van mijzelf gebruiken. Het is mijn eigen DNA wat het werk nog persoonlijker maakt. Het gaat over kwetsbaarheid. De vrouw staat op een afgrond. Ze balanceert daar, met de haas die ze gevangen heeft. Het refereert aan dierenleed en de klassieke schilderkunst. Het werk heeft me destijds een stuk verder gebracht. Hieruit vloeide onder andere ook Der Wolf, Der Schwan en Das Lamm voort. De vrouwen die ik in het landschap schilder fungeren als archetypen voor specifieke emoties en gevoelens van eenzaamheid maar lijken zich ook te laden aan de kracht van de natuur.”

Recent is ze een stuk lichter gaan schilderen, er zijn meer lijnen te zien. Het tekenen begint de overhand te nemen. Er wordt nog wel geschilderd, maar minder donker, pasteus dan voorheen, zodat het werk lichter wordt en vrijer van opzet, daarbij ook minder heftig qua onderwerp.

“In mijn doeken probeer ik als het ware stilte te schilderen, een ‘implosie’ van licht, alsof je naar het negatief van een foto kijkt. Ik probeer veel meer het beeld open te laten zodat de toeschouwer meer ruimte krijgt voor een eigen interpretatie”.

“Qua onderwerp is nu vooral vervreemding, kwetsbaarheid belangrijk voor mij, dit komt goed tot uiting in mijn recente serie ‘Woodlands’ die is veel fragieler van sfeer, alsof het onderwerp niet werkelijk te duiden is, zoals een afdruk op het netvlies dat achterblijft….een groot compliment kwam van een collega die zei dat mijn werk haar deed denken aan de grottekeningen van Chauvet”.

Auteur Walter van Teeffelen, 2016.